Multipel myeloom - behandeling

 

Helaas is multipel myeloom (nog) niet te genezen. De vooruitzichten zijn door de ontwikkeling van nieuwe medicijnen de laatste jaren wel sterk verbeterd. Daardoor is de levensverwachting nu gemiddeld 6 tot 7 jaar en is een aanzienlijk percentage van de patiënten na 10 jaar nog in leven. 

Expertisecentrum

Nederland kent een systeem met tien expertisecentra. Elk ziekenhuis kan een centrum raadplegen voor overleg en advies over hematologische zorg. Bij multipel myeloom zou dat zeker moeten gebeuren, omdat het om een zeldzame aandoening gaat. Als er overleg is geweest met een expertisecentrum, wordt in het patiëntendossier aangegeven met wie en wanneer dat is gebeurd en wat de uitkomsten waren. De hematoloog zal je de resultaten van deze consultatie mededelen. Doet hij dat niet uit zichzelf, vraag er gerust naar.

Behandelplan

Als eerste wordt er een behandelplan opgesteld. Dat gebeurt op grond van richtlijnen die de hematologen in de HOVON (Stichting Hemato-oncologie voor volwassenen in Nederland) afgesproken hebben. Het plan wordt vastgesteld in nauwe samenspraak tussen behandelend hematoloog en jou als patiënt. Zo'n behandelplan is heel belangrijk en het gesprek erover tussen behandelaar en patiënt nog belangrijker. Realiseer je voortdurend dat het over jou gaat, dat je dus ook wat te zeggen en te beslissen hebt. Laat je goed informeren, stel vragen en laat de hematoloog niet weggaan voordat je een duidelijk beeld hebt van wat er komen gaat. En spreek anders af om er snel nog eens over te praten, zodat je tijd hebt erover na te denken en er met anderen van gedachten over te wisselen.

Jongere of oudere patiënt? 

In de aanpak van de behandeling wordt een onderscheid gemaakt tussen jongere patiënten, tot ongeveer 65 jaar, en oudere patiënten. De reden daarvoor is dat jongere patiënten doorgaans in een betere conditie zijn en een zwaardere behandeling aankunnen. 

Jongere patiënten  

Ben je jonger dan 65 jaar, dan is de behandeling intensief en bestaat uit vijf fasen:  

  1. De inductiebehandeling
    Deze behandeling is gericht op het zo snel en effectief mogelijk verlagen van het aantal tumorcellen. Hiervoor wordt een combinatie van anti-myeloommiddelen gebruikt, waaronder bortezomib (remt een eiwit in de myeloomcel waardoor deze stopt met delen). Dit middel wordt standaard gebruikt in combinatie met dexamethason en andere middelen zoals cyclosfosfamide, thalidomide of doxorubicine. De inductiebehandeling duurt drie tot vier maanden.
  2. Stamcelmobilisatie
    Na een chemotherapiebehandeling met cyclofosfamide in combinatie met groeifactoren kunnen stamcellen uit het bloed worden geoogst en ingevroren.
  3. Autologe stamceltransplantatie
    Deze behandeling bestaat uit een hoge dosis melfalan, waarna de eerder geoogste stamcellen worden teruggegeven om te zorgen dat de bloedaanmaak die door de intensieve therapie is uitgeschakeld, weer op gang komt. Zijn er bij het DNA-onderzoek van de myeloomcellen ongunstige (hoog-risico) kenmerken aangetoond die een korte overleving voorspellen, dan wordt een tweede autologe stamceltransplantatie geadviseerd tussen drie en zes maanden na de eerste stamceltransplantatie.
  4. De onderhoudsbehandeling
    Recent is aangetoond dat onderhoudstherapie na de transplantatie de ziekte langer onder controle houdt en ook de levensverwachting verbetert. De onderhoudstherapie wordt gegeven met lenalidomide-tabletten totdat de ziekte weer actief wordt.
  5. Allogene stamceltransplantatie
    Gezien de effectiviteit van de nieuwe anti-myeloommiddelen wordt deze behandeling nog maar zelden uitgevoerd, behalve wanneer de ziekte weer snel terugkomt na de autologe stamceltransplantatie. 

Oudere patiënten

Voor oudere patiënten is de behandeling er ook op gericht de ziekte effectief te bestrijden en zolang mogelijk onder controle te houden. Hierbij is de kwaliteit van leven een belangrijke factor. De voordelen van de behandeling moeten afgewogen worden tegen de nadelen, zoals bijwerkingen van de gebruikte medicatie. Ook oudere patiënten krijgen vaak bortezomib in combinatie met andere middelen zoals prednison en melfalan. Het aantal kuren dat een patiënt krijgt, is afhankelijk van de reactie op de behandeling.  

Medicijnen 

De laatste jaren zijn er medicijnen ontwikkeld die de prognose van de patiënt aanmerkelijk verbeteren. Hierin zijn drie groepen te onderscheiden:  

  1. Zogenaamde novel agents bestaan nu zo'n 10 tot 15 jaar. Deze medicijnen, waaronder thalidomide, lenalidomide en bortezomib, zijn inmiddels standaard en hebben de vooruitzichten van de patiënten sterk verbeterd.
  2. De tweede generatie novel agents is een variatie op de eerdere novel agents. Voorbeelden zijn carfilzomib en ixazomib, als opvolgers van bortezomib. Deze middelen geven vrijwel geen polyneuropathie (beschadiging van de zenuwen). Pomalidomide is de opvolger van lenalidomide.
  3. Echt nieuwe middelen zijn de antistoffen of immuuntherapie. Daratumumab is een van deze medicijnen waarvan de verwachting is dat ze de prognose van de patiënt sterk gaan verbeteren. 

Door deze keuze uit medicijnen is het van belang dat je samen met je dokter overlegt welk traject je het beste kunt gaan volgen. Welke medicijnen zijn er voor mij beschikbaar? Wat zijn de voor- en nadelen? Medicijnen in de vorm van een infuus zijn belastend of kan er behandeld worden met alleen pillen? Vraag informatie over mogelijke bijwerkingen van de behandeling en wanneer deze zich voor kunnen doen. Of over mogelijke late effecten van de ziekte en behandeling.

Bijwerkingen behandeling  

Het is niet mogelijk om te voorspellen van welke bijwerkingen je last zult krijgen tijdens de behandeling. De bijwerkingen, en de mate waarin je daar last van hebt, verschillen per medicijn, per mens en ook per fase van de ziekte. Een aantal veelgebruikte medicijnen voor multipel myeloom kan polyneuropathie veroorzaken. Deze aandoening ontstaat onder meer door schade aan de zenuwen als gevolg van de chemotherapie. Dat kan onder meer krachtverlies, tintelingen, een doof gevoel en pijn veroorzaken, vooral in handen en voeten. Bortezomib en thalidomide zijn voorbeelden van medicijnen die polyneuropathie kunnen veroorzaken. Daarnaast komen bijwerkingen als slaperigheid, een verhoogde kans op infecties zoals gordelroos en trombose voor. De nieuwere medicijnen die bij multipel myeloom gebruikt worden zijn vaak effectiever en geven minder bijwerkingen. Deze middelen zijn echter vaak alleen beschikbaar voor patiënten die al eerder behandeld zijn. 

Ondersteunende behandelingen  

In sommige gevallen zal je dokter ondersteunende behandelingen voorstellen. Bij deze behandeling gaat het niet om het genezen van je ziekte of het tegengaan van de symptomen ervan. De behandelingen helpen je om zo goed als dat kan om te gaan met de gevolgen van ziekte of behandeling. Of om die gevolgen zo veel mogelijk tegen te gaan.  

Voorbeelden ervan zijn:  

  • Bestraling om ernstige botpijn tegen te gaan.
  • Bloedarmoede kan worden bestreden met bloedtransfusies of het toedienen van erytropoiëtine (EPO), een hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert.
  • Een transfusie van bloedplaatjes kan een tijdelijk tekort aan deze cellen opvangen. Zo'n tekort kan bijvoorbeeld na chemotherapie ontstaan.
  • Groeifactoren kunnen de aanmaak van witte bloedcellen, nodig voor de afweer tegen infecties, weer stimuleren.
  • Voor de behandeling van een te hoog calciumgehalte in het bloed zijn effectieve medicijnen ontwikkeld, zogenaamde bisfosfonaten. Ook botontkalking is nu enigszins te bestrijden. 

Wat kun je zelf doen?

Voor een stamceltransplantatie houdt men globaal de grens van 65 jaar aan, maar de behandeling hangt erg af van fitheid van de patiënt. Wat kun je zelf doen? Zorg voor goede beweging zodat de botten soepel blijven. Volg eventueel een programma bij de fysiotherapeut. Goed en gezond eten is van belang i.v.m. fitheid voor de stamceltransplantatie, maar ook voor het herstel na de behandeling.

Trials

Een trial is een wetenschappelijk onderzoek. Vaak worden daarbij twee behandelmethoden met elkaar vergeleken. De onderzoekers kijken dan bijvoorbeeld naar het effect en de bijwerkingen van de behandeling. Het voordeel van meedoen aan een trial is dat je behandeld wordt volgens de laatste inzichten en naar een strak protocol. Bovendien word je binnen een trial extra zorgvuldig gevolgd en begeleid. Vraag aan je hematoloog of je in aanmerking komt voor een trial die nu loopt of binnenkort start.

Richtlijn behandeling multipel myeloom

De richtlijn voor de behandeling zoals die in Nederland in alle ziekenhuizen wordt gevolgd.