Multipel myeloom - onderzoek en diagnose

 

Om de diagnose multipel myeloom te kunnen stellen, is uitgebreid onderzoek nodig. Het moet immers duidelijk worden hoe ernstig de situatie is en welke behandeling daarbij past. Daar zijn in elk geval de volgende onderzoeken voor nodig:  

  • Bloedonderzoek, waarbij onder meer gekeken wordt naar aantallen witte bloedcellen, hemoglobinegehalte (Hb), nierfunctie, calciumgehalte en de concentratie van het M-proteïne en de eventuele aanwezigheid van lichte ketens.
  • Onderzoek in de urine of in het bloed op de aanwezigheid van het Bence-Joneseiwit.
  • Beenmergonderzoek, onder meer om het percentage plasmacellen te bepalen en na te gaan of er haarden van plasmacellen zijn. Aan de hand van beenmergonderzoek zijn ook afwijkingen in het DNA van de tumorcel te bepalen. Op basis daarvan is een voorspelling over het verloop van de ziekte mogelijk. 
    Voor onderzoek van het beenmerg wordt een beenmergpunctie en soms ook een beenmergbiopsie gedaan. Deze ingreep gebeurt meestal in het bekken. Een beenmergpunctie is nodig om het beenmerg te kunnen onderzoeken. Het beenmerg wordt daarbij met een holle naald uit het binnenste gedeelte van het bot opgezogen, meestal aan de achterkant van het bekken. Dat gebeurt onder plaatselijke verdoving. Toch is de ingreep helaas niet pijnloos, omdat het bot zelf niet verdoofd kan worden. Het beenmerg wordt gekleurd en onder de microscoop bekeken. Bij een beenmergbiopsie wordt een soort dunne appelboor in het bot gezet. Via die boor wordt een pijpje bot uit het bekken gehaald. De hele procedure duurt tien tot vijftien minuten. De punctie zelf duurt slechts enkele seconden, het nemen van een biopt duurt iets langer.
  • Röntgenonderzoek van het skelet om botafwijkingen op te sporen. Tegenwoordig wordt meestal een CT-scan van het hele skelet gemaakt. Het onderzoek met de CT-scan is veel sneller en ook nauwkeuriger dan het maken van 'klassieke' röntgenfoto’s, waarbij de verschillende onderdelen van het skelet apart worden gefotografeerd. MRI-onderzoek wordt niet routinematig toegepast, maar soms wel gedaan om plaatselijke afwijkingen op te sporen zoals een zenuwbeklemming in de wervelkolom door een plaatselijke myeloomhaard.

Aanvullend onderzoek

Verder wordt soms een biopt van een bepaald orgaan afgenomen. De patholoog kan dan bepalen of sprake is van een abnormale neerslag van eiwitten die zijn geproduceerd door de kwaadaardige plasmacellen. Ook is het mogelijk een echo van hartspier en lever te maken om te zien of deze organen aangetast zijn. Dit gebeurt alleen als daar aanwijzingen voor zijn.

Spanning en onzekerheid

Totdat de diagnose definitief is heb je vast veel vragen over je ziekte, die de arts nog niet kan beantwoorden. Dat kan spanning en onzekerheid met zich meebrengen, zowel bij jou als bij je naasten. Het helpt als je weet wat er bij de verschillende onderzoeken gaat gebeuren. Die informatie krijg je niet altijd vanzelf. Vraag er daarom naar op de afdelingen waar de verschillende onderzoeken plaatsvinden. Stel je ongerustheid ook aan de orde als je met je dokter praat. Vraag goed door en neem gerust je partner of iemand anders mee. Wees niet bang om iemand van Hematon te bellen of te mailen. Je bent echt niet de enige die zoiets doet en de lotgenoten aan de andere kant van de lijn zijn graag bereid jouw vragen te beantwoorden. Zij zijn zelf ervaringsdeskundige, dus ze weten hoe het is om in spanning en onzekerheid te verkeren. Bel naar 030-760 38 90 of mail naar lotgenotencontact@hematon.nl.