Nieuws

Hodgkinbehandeling gehad vóór 2000? Laat je goed controleren!

Ben je vóór het jaar 2000 behandeld vanwege Hodgkinlymfoom? Dan is het goed om te zorgen dat je nauwgezet gecontroleerd wordt, bijvoorbeeld op een zogenaamde BETER-poli. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat je dan een hogere kans hebt op een nieuwe kanker.

MRI scanner - foto Mitch Moore US Navy

In de laatste decennia zijn de kansen om de ziekte van Hodgkin te overleven sterk verbeterd. Wel was bekend dat die overlevers last kunnen hebben van neveneffecten van de behandeling. Zo kunnen ze op een later tijdstip een nieuwe vorm van kanker ontwikkelen en kan het hart beschadigd zijn.

Daarom is de behandeling aangepast. Vanaf de jaren negentig werden patiënten behandeld met minder uitgebreide bestraling en minder schadelijke chemotherapie. Uit nieuw onderzoek onder leiding van hoogleraar emidemiologie Floor van Leeuwen en radiotherapeut-oncoloog Berthe Aleman van het Antoni van Leeuwenhoek blijkt nu dat patiënten die tussen 1989 en 2000 behandeld zijn, toch een verhoogd risico hebben op een nieuwe vorm van kanker. Ondanks het feit dat de behandeling in die tijd dus werd aangepast.

Ben jij meer dan vijftien jaar geleden behandeld voor Hodgkinlymfoom? Zorg dan dat je goed gecontroleerd wordt. Dat kun je regelen via je eigen hematoloog of radiotherapeut. Je kunt ook vragen om een verwijzing naar een BETER-poli. Deze poliklinieken worden door het hele land opgezet, juist om de late effecten van behandeling voor Hodgkin-overlevers in de gaten te houden. Ben je niet meer onder behandeling? Dan kun je via je huisarts een verwijzing vragen.

Van Leeuwen en Aleman onderzochten of het risico op een nieuwe vorm van kanker bij recenter behandelde Hodgkinlymfoompatiënten (tussen 1989 en 2000) minder is geworden in vergelijking met patiënten die tussen 1965 en 1988 zijn behandeld. Het onderzoek werd uitgevoerd bij 3905 patiënten. Het toont aan dat het risico voor het ontwikkelen van kanker in een orgaan ('solide kanker') niet is gedaald. Het risico op leukemie is wel afgenomen. Dat heeft te maken met een lagere dosering van een bepaald type chemotherapie, die in de jaren negentig werd gegeven. Veertig jaar na de behandeling bedraagt de kans op een nieuwe kanker 48,5%, terwijl dat over de gehele Nederlandse bevolking 19% is. Het meest komen borstkanker, longkanker en kanker van het maagdarmstelsel voor.

De onderzoekers denken dat de veranderingen in behandeling in de jaren negentig misschien nog niet voldoende waren doorgevoerd. Of dat de gunstige effecten van veranderingen in de bestraling deels teniet gedaan zijn door gelijktijdige veranderingen in de chemotherapie. De onderzoekers verwachten dat het risico voor patiënten behandeld na 2000 wel verminderd zijn. Tegenwoordig is er voor de behandeling minder vaak bestraling nodig. Bovendien zijn de bestralingstechnieken verbeterd, is het stralingsgebied kleiner en de dosis lager.

Het onderzoek van Van Leeuwen en Aleman is gepubliceerd in het New England Journal of Medicine. Lees ook het persbericht van het Antoni van Leeuwenhoek.